Show menu

"Betrokken & Deskundig"

Nieuwe wetgeving pensioen DGA

Er staan grote veranderingen wat betreft pensioen op de stapel voor DGA's. Het is daarom zinvol om u erin te verdiepen. Hieronder worden de belangrijkste wijzigingen en daaruit voortvloeiende keuzes besproken.

Als directeur-grootaandeelhouder(DGA) kunt u al jaren uw pensioen in eigen beheer regelen. In de BV worden pensioengelden gereserveerd ten laste van de winst. Dit is eenvoudig uit te leggen als een schuld aan uzelf die terug te vinden is aan de creditzijde van de balans onder de noemer pensioenverplichting.

Misschien had u een goed onderbouwde motivatie om voor deze opbouwvorm te kiezen, indien het niet wenselijk is dat liquiditeit de onderneming verlaat. Het is wenselijker minder vennootschapsbelasting te betalen, waardoor er extra liquiditeit in de BV blijft. Op deze manier is uw pensioen echter niet beschermd tegen het risico van faillissement. Maar er is meer aan de hand!

Complexer
Jaarlijks laat u berekeningen maken om de hoogte van de pensioenlast en de pensioenverplichting fiscaal te bepalen. Door veranderde wetgeving zijn deze berekeningen steeds complexer geworden. Er is op dit moment een groot verschil tussen dat wat je fiscaal mag reserveren en de hoeveelheid geld die je daadwerkelijk nodig hebt om het overeengekomen pensioen uit te keren.

Niet leuker gemaakt
De belastingdienst belooft het ons steeds gemakkelijker te maken. Of u dat als DGA rondom uw pensioen in de BV ook zo ervaart of niet, zij heeft het in ieder geval niet leuker gemaakt. Om te bepalen of u als DGA nog wel dividend mag uitkeren, wordt gekeken naar het verschil tussen de reservering op de balans en dat wat nodig is om uw overeengekomen pensioen aan te kopen. Zo bent u geen baas meer over uw eigen BV. Veel ondernemers hebben door deze problematiek noodgedwongen de pensioenopbouw in eigen beheer stopgezet.

Alles wordt anders
Staatssecretaris Wiebes is al enige tijd bezig om de wetgeving rondom de pensioenopbouw in eigen beheer aan te passen. Zelfs de overheid ziet dat de huidige regeling niet meer houdbaar is. Inmiddels is het duidelijker geworden welke kant de wetgever op wil met dit dossier. Hoewel nog niet goedgekeurd in de Kamer tekent zich een duidelijk beeld af van de wijziging en de daarbij behorende keuzes.

Dit moet u als DGA weten

Er komt een einde aan pensioen in eigen beheer. Vanaf 1 januari 2017 zal er geen nieuwe opbouw meer worden toegestaan in de BV. Als een DGA nog pensioen wil opbouwen, zal dat via een verzekeraar of bank moeten. Wat betekent dat voor u? Welke keuze zult u maken?

  • Keuze 1: Bevriezen van de pensioenreserve in eigen beheer
    De mogelijkheid blijft bestaan om de aanwezige reserve in eigen beheer op de oude wijze voort te zetten. Nieuwe reserveringen zijn niet meer toegestaan. Alleen de aanwezige reserve wordt verder opgerent tot uw pensioen. Het verschil tussen de reserve en wat echt nodig is, blijft bestaan en daarmee ook de dividendproblematiek.

  • Keuze 2: Afkopen van het pensioen (nieuw)
    Het afkopen van de pensioenverplichting wordt mogelijk. Het bedrag van de fiscale reserve op uw balans wordt hierbij als basis gebruikt. Er ligt een voorstel om 34,5% (in 2017), 25% (in 2018) of 19,5% (in 2019) van dat bedrag vrij te stellen van belasting. Over de rest wordt loonheffing afgedragen door de BV. Het restant van de reserve minus de belasting staat op de balans als schuld aan u en mag aan u worden uitbetaald. De belasting over de reserve dient sowieso te worden betaald, wilt u mogen afkopen. Als voor het uitbetalen van het restant de middelen ontbreken, mag dit als vordering op de BV blijven staan. De te vergoeden rente hierover wordt in box I belast. Ook kan de schuld worden omgezet in eigen vermogen.

  • Keuze 3: Omzetten van het pensioen (nieuw)
    Er komt een mogelijkheid om de fiscale reserve om te zetten in een spaarreserve. Deze spaarreserve wordt jaarlijks opgehoogd met een rente gekoppeld aan staatsleningen (0,24% in april 2016). Deze rente is realistischer en op dit moment aanzienlijk lager dan de huidige 4%. Vanaf de AOW-gerechtigde leeftijd kan de dan aanwezige reserve in 20 jaar als een lijfrente worden uitbetaald. Dit mag ook buiten de BV door een bank worden geregeld. De lijfrente mag ook eerder ingaan, maar dan is de uitkeringsduur 20 jaar plus de jaren tot de ingangsdatum van de AOW.

Instemming
Voor keuze 2 en 3 is instemming van uw partner noodzakelijk. Dit komt omdat er geen sprake meer is van (partner)pensioen met alle gevolgen van dien bij echtscheiding. Voor welke optie u ook kiest, u hebt geen pensioentoezegging meer. Het opbouwen van vermogen voor later wordt hierdoor meer dan nu afhankelijk van hoe u het zelf regelt.

Financiële impact
Wij verwachten dat in de tweede helft van dit jaar de wetgeving is aangepast. U komt dus op korte termijn voor besluiten te staan die een aanzienlijke financiële impact zullen hebben op uw inkomen en uw vermogen. Zorg dat u op tijd begint om u op de consequenties voor uw pensioen te oriënteren.

Heeft u vragen, neem gerust contact met ons op en bel 088 78 66 240.

Direct zelf regelen

Ik wil:

Liever persoonlijke hulp?

persoonlijke hulp Adres en route